Gehandicaptenparkeerkaart

separator

Mevrouw Hofmeester is 79 jaar, alleen en niet meer zo goed ter been. Ze woont in een klein dorp in Noord-Holland, ver weg van haar familie. Een rijbewijs heeft ze nooit gehad.

Het grootste deel van de dag is ze thuis waar de dagelijkse sleur in ieder geval tweemaal per dag doorbroken wordt door de komst van een thuiszorgmedewerkster.

Mevrouw Hofmeester is al meer dan 40 jaar bevriend met mevrouw Peek. Samen trekken ze er, voor zover de gezondheid dat toelaat, zoveel mogelijk op uit. Samen naar de bibliotheek, de Zaanse Schans, af en toe naar de kerk, boodschappen doen en een paar keer per jaar naar familie van mevrouw Hofmeester in Limburg. Als mevrouw Peek niet in Gouda zou wonen zouden ze elkaar nog veel vaker zien.

Aangezien mevrouw Hofmeester nauwelijks kan lopen vraagt zij bij haar gemeente een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier aan. In haar straat en in het dorp zijn vaak weinig vrije parkeerplaatsen waardoor het nogal eens voorkomt dat mevrouw Peek de auto met knipperlichten aan midden op straat zet om haar vriendin in en uit te laden om te voorkomen dat mevrouw Hofmeester ver moet lopen. Want dat gaat niet meer. Afgezien van het feit dat beide dames zich daardoor nogal opgejaagd voelen, kan dat tijdelijke parkeergedrag op weinig begrip rekenen. Mensen beklagen zich bij mevrouw Peek of plaatsen een kaart achter haar raam met de tekst “u staat op mijn plaats”.

Nederland wordt steeds vriendelijker.

De Wegenverkeerswet 1994 geeft in combinatie met de Regeling gehandicaptenparkeerkaart criteria voor de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten. En die criteria zijn niet mals:

a. bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen;

b. passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder;

kunnen voor een gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking komen.

Een verplicht geneeskundig onderzoek moet uitsluitsel geven op de vraag of mevrouw Hofmeester zodanig beperkt is dat zij een gehandicaptenparkeerkaart kan krijgen.

Het geneeskundig onderzoek wordt uitgevoerd door een arts van de GGD. ‘Het komt vast goed want de dokter was zo’n aardige man’, aldus mevrouw Hofmeester.

Het kwam niet goed. Weliswaar oordeelt de arts dat mevrouw Hofmeester maar 20 tot 40 meter kan lopen, en dan ook nog uiterst moeizaam. Maar omdat zij voor het vervoer van deur tot deur niet continu afhankelijk is van de hulp van mevrouw Peek, wordt de aanvraag geweigerd.

Het is namelijk best mogelijk dat mevrouw Peek haar vriendin van huis haalt, op de stoep voor haar eigen huis zet, waarna mevrouw Peek de auto die een paar straten verderop staat ophaalt. Langer dan een paar minuten duurt dat niet. Zijn die paar minuten voor mevrouw Hofmeester te veel dan zou zij niet staand voor haar huis maar zittend in bijvoorbeeld een rolstoel kunnen wachten tot het moment dat mevrouw Peek in haar auto komt aanrijden om mevrouw Hofmeester op te pikken. Ziedaar, niet gezegd kan worden dat de aanvraagster continu afhankelijk is van de hulp van haar bestuurster.

Regels zijn nu eenmaal regels. Geen speld tussen te krijgen.

Tegen het afwijzende besluit om een gehandicaptenparkeerkaart te verstrekken diende mevrouw Hofmeester een bezwaarschrift in. Tijdens de behandeling door de commissie bezwaar- en beroepschriften werd de vertegenwoordiger van de gemeente gevraagd voorbeelden te noemen van mensen die wel continu afhankelijk zijn van de hulp van een bestuurder. Iedereen kan toch wel even buiten op de stoep wachten? Desnoods in een rolstoel, zittend op de grond, geleund tegen een boom of muur?

Volgens de vertegenwoordiger van de gemeente dient het criterium ‘continu afhankelijk zijn’ gereserveerd te worden voor mensen die niet alleen kunnen worden gelaten als de auto wordt gehaald of weggezet.

Sinds de behandeling van het bezwaarschrift buig ik het hoofd over de vraag wie dat zijn, mensen die niet eventjes alleen gelaten kunnen worden. Ik zoek voorbeelden van mensen die een gehandicaptenparkeerkaart hebben gekregen omdat zij kennelijk nog geen 5 seconden alleen gelaten kunnen worden. Moet je daarvoor in een coma liggen? Maar als dat het geval is kun je überhaupt geen gehandicaptenparkeerkaart aanvragen.

Ik kom er niet uit. Regels zijn helemaal geen regels. Regels zijn een middel en geen doel.

The law is like a bow. It is designed to be bent almost indefinitely, but never to be broken.

Totdat het college van Burgemeester en Wethouders een beslissing op het bezwaarschrift zal nemen bladert mevrouw Hofmeester met frisse tegenzin in Wehkampfolders waarin goedkope rolstoelen staan. Je weet immers maar nooit.

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook